Vannacht om 03.00 uur opgestaan. Om 03.35 zaten we in de auto. Doel van deze rit: de zon op zien komen vanaf de top van mount Haleakala. Haleakala is 3.055 meter hoog, en gemeten vanaf de zeebodem heeft deze krater zelfs een hoogte van 8.534 meter. Het is de grootste ‘slapende’ vulkaan op aarde, met voor het laatst een eruptie omstreeks 1790.
Tijdens de rit van het laag gelegen Kihei naar de Haleakala Summit Area, stijgen we over een afstand van ongeveer 60 kilometer van zeeniveau tot ruim 3.000 meter hoogte (hiermee is dit een van de snelst stijgende wegen ter wereld). Zelfs op heldere dagen is de kans groot dat je op gegeven moment de wolken inrijdt, meestal tussen 1.200 meter en 2.400 meter hoogte. Vannacht hebben we daar wonder boven wonder geen last van. Het is zo helder dat we zelfs even uitstappen om van het prachtige uitzicht te genieten. We zien Kihei liggen en aan de andere kant van het eiland Kahului met in de haven een als een kerstboom verlicht cruiseschip. Op 2.054 meter hoogte rijden we het park binnen. Daar zit zelfs op dit moment een parkranger om entreegeld in ontvangst te nemen.
Boven aangekomen (rond 05.00 uur) zijn we dan ook niet de enige. Een kleine honderdvijftig mensen staan de zon op te wachten. Zeker de helft is hier via een reisbureau dat begeleide fietstochten van de top naar beneden begeleidt. Fietsen worden alvast uitgeladen en iedereen krijgt een helm. Na zonsopgang gaan deze mensen al remmend weer zo’n 3000 meter naar beneden.
Wij drinken lekker eerst een kop thee alvorens we in dikke trui en jas de kou in duiken. Rond 05.45 begint het spektakel al.
De lucht kleurt al in prachtig geel en oranje, langzaam maar zeker aangevuld door blauw. We hebben geluk dat er bewolking in de lucht boven ons zit. Dit maakt de zonsopgang fantastisch mooi.
Pas om 06.19 komt de zon echt op. Dan gaat het ook in een ras tempo. Al snel is de zon te verblindend om foto’s te maken die niet vol met lichtvlekken zitten. Het was een fantastisch schouwspel!
Maar dit is nog niet het eind van ons programma. De mooiste wandeling die je kunt maken is de sliding sands trail: een afdaling van 3200 ft./bijna 1000 meter, naar de bodem van deze enorme krater. Je wandelt dan door een deel van de krater, een enorm gevarieerde tocht, om vervolgens zo’n 1400 ft./450 meter te stijgen om de krater weer uit te komen. Het is een wandeling van 11.2 mijl (ruim 18 kilometer).
Na de zonsopgang bezoeken we eerst het visitor center (is al om 06.30 geopend). Dan, na nog wat mooie wolkenfoto’s en de fotojacht op een prachtige vogel (chuckar) rijden we met de auto naar de veel lager gelegen parkeerplaats van de Halemau’u trailhead. We parkeren daar de auto en lopen naar de liftplaats.
De 18 km is namelijk geen rondwandeling. Om niet helemaal terug te hoeven lopen naar ons beginpunt dat veel hoger ligt liften we vanuit het eindpunt van de wandeling, naar het beginpunt.
Op de liftplek hebben we zicht op de ver onder ons gelegen toegangspoort van het park. Het duurt even voordat we auto’s naar boven zien rijden. Maar weer hebben we ongelooflijke mazzel. De eerste de beste auto neemt ons mee. Het is een luxe pick-uptruck. We mogen in de achterbak als we beloven niet op de “wings” te gaan zitten. Het wordt ons zelfs zeer aangenaam gemaakt. We krijgen de “wings” als kussens in de rug om lekker tegen aan te leunen. Het zijn drie enorm grote zakken gevuld met enorme parapente’s. Deze mensen gebruiken de ruim 3000 meter hoogte voor hun pleziertochtje in de lucht! Het uitzicht vanuit de laadbak is bijzonder mooi en we worden keurig netjes op onze beginplek afgeleverd.
Om 08.15 starten we onze wandeling op de rand van de krater. Deze krater, caldera genoemd (krater groter dan 1500m doorsnee) is immens groot: 12 kilometer lang en 4 kilometer breed. Hoewel de vulkaan al twee eeuwen geen lava meer heeft uitgestoten, wordt deze vulkaan nog altijd beschouwd als actief. Daarom staan op de rand van de caldera een groot aantal onderzoekstations, Science City genoemd, die de activiteit van de vulkaan nauwlettend in de gaten houden. In deze koepels bevinden zich telescopen radar- en meetapparatuur.
Het is bekend dat de bemanning van verschillen Appolo vluchten hun expeditie naar de maan hier hebben ‘voorbereid’. Maar ook dat het een belangrijke locatie vormt als onderdeel van het Star Wars programma, ook wel het Strategic Defense Initiative (SDI) genoemd. Binnen het Star Wars programma wordt deze apparatuur o.a. gebruikt voor het bewaken van de verschillende rondcirkelende satellieten, maar ook voor het observeren van brokstukken meteoriet en andere ruimtedeeltjes.
Het eerste deel van de afdaling is makkelijk. We lopen via lange haarspeldbochten naar beneden door mul lavazand (moet er niet aan denken dat je zo naar boven moet, erg vermoeiend als je in het zand wegzakt). Het uitzicht is fantastisch!!!
Ik heb nog nooit zo’n mooie krater gezien. Het is inderdaad een groot maanlandschap. We hebben zicht op verschillende cindercones: een soort kleine vulkanen in een grote vulkaan. Ze ontstaan als lava in de lucht afkoelt en uiteenvalt rondom een spuitgat van de vulkaan. De grootste cindercone die we zien, de Pu’u o Maui, is vanaf de kratervloer gemeten zo’n 200 meter hoog! De kleuren zijn prachtig in dit landschap: zilvergrijze strepen en deels groene kraterwanden in zwarte lava. Cindercones variërend in bruin, rood en oker. Een prachtig blauwe lucht en het wit van langzaam binnen drijvende slierten wolk. Mijn fototoestel draait overuren. Liever teveel dan te weinig, ik kom hier namelijk niet meer terug…
Als de afdaling ten einde lijkt, komen we schitterende zilverkleurige planten tegen. Dit is de Silversword plant, die alleen hier op Haleakala groeit. De plant bloeit pas na 5 tot 20 jaar en bloeit dan van juni tot oktober om vervolgens te sterven. We zien verschillende uitgebloeide planten en hebben ook het geluk om een nog te ontluiken bloem te zien en een bijna uitgebloeid exemplaar. Ik vind de bloem wel indrukwekkend, maar niet echt mooi. Het is een toorts van bruinpaarse bloemen. Sommige exemplaren zijn meer dan een meter hoog.
Maar de afdaling was nog niet ten einde. Het volgende deel geeft ons weinig de kans om om ons heen te kijken. Het pad gaat over een hobbelige harde ondergrond die vol ligt met keien. Je moet met iedere stap goed uitkijken dat je niet uitglijdt of omzwikt. Dit is een behoorlijke aanslag op mijn knieën en enkels. Het lijkt een eeuwigheid te duren. Maar eindelijk zijn we op de bodem. Vandaar begint een tocht door een ruig en surrealistisch landschap van grillige lavasculpturen. Geleidelijk aan stijgen we tot we echt even pittig moeten stijgen tegen de wand van een cindercone. Ook hier sieren de prachtig zilverkleurige silverswords de zwarte asheuvel. Ondanks de temperatuur van zo’n 15 a 16 graden is het aardig zweten.
Maar we worden voortdurend beloond met prachtige uitzichten. Ik had niet zoveel variatie in deze kratertocht verwacht. We maken nog een kleine omweg door tegen de klok in om een enorme cindercone (de Halali’i Cone) heen te lopen. Daardoor komen we in een erg mooi gebied met rechts van het pad helder gekleurde heuvels die bekend staan als Pele’s Paint Pot. Pele is de godin van het vuur/de vulkaan. Ook zien we hier de Kawilinau, 32 meter diep spuitgat van de vulkaan. Hier hebben de lavaspetters prachtig kleuren achtergelaten en werd een deel van het gat geel door de zwaveldampen.
Wederom komen we weer door een gebied met veel zilverzwaarden. Blijkbaar waren we nog niet op het laagste punt, want we dalen weer over een vervelend pad af en komen in een totaal andere wereld. De lava is hier sterk begroeid met alpiene planten. En ook de kraterwand is hier heel grillig en groen.
Uiteindelijk lopen we zelfs door hoge graslanden alvorens we aan onze klim omhoog beginnen.
Het weer is inmiddels ook aardig veranderd. Grote wolken drijven ons tegemoet en belemmeren het (beschreven) uitzicht over de Keanevallei. De zon heeft ons in de steek gelaten als we aan de beklimming beginnen. Niet dat we dat erg vinden…, we hebben het al snel warm genoeg! Als we een heel stuk hoger zijn veranderd de begroeiing in een soort jungle met prachtig grote varens.
De laatste paar honderd meter hebben we zelfs lichte regen. Eerlijk is eerlijk, ik voel mijn benen en knieën aardig. Ik ben aardig moe, maar het was een fantastisch mooie tocht.
Op de parkeerplaats worden we opgewacht door twee néné koppels. De met uitsterven bedreigde ganzensoort die alleen op Hawaï voorkomt. Het kost me niet veel moeite om mooie foto’s van ze te maken. Ze komen aardig dichtbij in de hoop op een lekker hapje.
Maarja “a fed néné is a dead néné”. Dus met deze waarschuwing in gedachte bedwing ik mijn neiging om ze voor de foto’s te belonen.